Diamantduiven

Algemene

De diamantduif is, evenals de lachduif, inmiddels een gedomesticeerde soort. Een kleine 200 jaar wordt deze soort al door de mens gehouden. Samen met de eerste grasparkieten kwamen toen ook de eerste diamantduiven vanuit Australië naar Europa. Het bleek al snel dat deze duifjes makkelijk waren te houden en te fokken. Dit had logischerwijs tot gevolg dat er vanzelf kleurmutaties ontstonden. Op dit moment zijn er naast de wildkleur zeker al tien verschillende kleuren. Er is dus voor elk wat wils. De meest voorkomende kleuren naast de wildkleur zijn:

  • Wildkleur
  • Pastel
  • Bruin
  • Wildkleur witstuit
  • Pastel witstuit
  • Bruin witstuit
  • Wildkleur agaat
  • Grofbont in wildkleur, pastel en bruin

Foto: Diamantduif wildkleur. Copyright © K.Prins

Foto: Een diamantduif heeft aan weinig genoeg om te broeden (kleur pastel). Copyright © N.H.v.Wijk

De diamantduif is zeer geschikt voor de beginnende liefhebber. Dit kleine duifje is niet veeleisend wat betreft huisvesting en voeding. Natuurlijk moet dit wel aan de eisen voor welzijn voldoen. Zonder echt schuw te zijn blijven diamantduiven over het algemeen schrikachtiger dan lachduiven. Dit heeft tot gevolg dat zij makkelijk, vooral in kleinere kooien, hun veren beschadigen.

Een goed zaadmengsel voor tropische vogels is zeer geschikt als basisvoedsel voor de diamantduif. Groenvoer in de vorm van gekiemd zaad wordt graag gegeten. Duiven pellen het zaad dat zij eten niet. Daarom moet altijd voldoende maagkiezel beschikbaar zijn. Diamantduiven zijn echte zonaanbidders en met de plaatsing van de huisvesting moet u hier rekening mee houden. Ze houden niet van koude en kunnen daarom beter vorstvrij overwinteren in een goed geventileerd en droog hok.

Foto: Een ruim hok met mogelijkheid voor een zandbad is voor diamantduiven aan te bevelen links pastel en rechts wildkleur witstuit. Copyright © K.Prins

Foto: Oude doffer met fraaie oogring (wildkleur witstuit). Copyright © K.Prins

Ook voor de diamantduiven geldt dat zij per paartje gehuisvest moeten worden om vechtpartijen in de broedtijd te voorkomen. Samen met andere kleine vogels in een volière is geen probleem. In de regel zijn de doffer en de duivin wel te herkennen. De doffer heeft altijd een bredere oogring dan de duivin. Echter, dit geldt vooral voor volwassen vogels. Jonge doffers en overjarige duivinnen kunnen makkelijk met elkaar verward worden als het om de oogring gaat.

Andere verschillen zijn bijvoorbeeld de kleur. Bij de wildkleur zijn de duivinnen donkerder/bruiner dan de doffers. Bij veel kleurmutaties is dit minder makkelijk te zien, maar gemiddeld genomen zijn duivinnen dus iets donkerder (bruiner) dan doffers omdat zij meer phaeomelanine (= roodbruin pigment) in hun bevedering hebben. Wanneer wij het over volwassen vogels hebben, dan zijn de doffers over het algemeen iets forser en groter van bouw. En tenslotte is het baltsgedrag (koeren, buigen en staart spreiden) een goede indicatie dat het een doffer betreft. De duif waartegen gebaltst wordt is niet per definitie een duivin! Het is duidelijk dat de diamantduif om verschillende redenen een gewaardeerde tentoonstellingsvogel is geworden. Er is daarom ook een grote groep liefhebbers die bewust met alleen deze soort fokt. Zij houden de schitterende en soms zeldzame mutaties van deze duiven in stand.

Foto: Een wildkleur en een pastel jong, bijna 3 weken oud. Copyright © K.Prins

Wildkledur AGAAT

Kop:
Voorhoofd en boven schedel helder blauwgrijs, op de achter schedel en in de nek overgaand in iets donkerder blauwgrijs.

Mantel, rug en stuit:
Beige/bruin op grijze ondergrond.

Vleugels:
De vleugeldekveren zijn beigebruin op een grijze ondergrond met gebogen regelmatige rijtjes ronde witte stippen. Deze stippen zijn op de kleine dekveren kleiner dan op de grote dekveren. De vleugelpennen hebben een beigebruin buitenvaan. Ook de punten zijn beigebruin. De binnen vanen zijn kastanjebruin.

Borst en buik:
Borst helder blauwgrijs, overgaand in het onderlijf naar lichtgrijs. De anaalstreek en onder staart dekveren wit.

Staart:
De twee middelste staartpennen zijn lichtgrijs met een beige waas. De overige staartpennen hebben een gedeeltelijke witte buitenvaan. In gesloten toestand is de staart van boven gezien lichtgrijs, met een wit randje aan de zijkanten. Van onder gezien is de gesloten staart wit met een beige grijze punt.

Snavel:
Donkergrijs, neusdoppen vleeskleurig.

Ogen:
Zwart met in het midden een zwarte pupil. De washuid om het oog is rood.

Poten:
Licht vleeskleurig, nagels grijs.

Verschillen tussen de geslachten:
Bij de duivin is het beigebruin in het algemeen iets bruiner getint en de kop- hals- en borstkleur minder intensief helder blauwgrijs. De oog ring is wat smaller en vaak ook lichter van kleur dan bij de doffer.

Ernstige fouten:
Onderbrekingen in de rijen ronde witte stippen (diamantjes) op het vleugelschild; te kleine of te weinig ronde witte stippen; stippen met een afwijkende vorm of waarin kleur waarneembaar is (volgelopen stippen); te grijze kleur op de bovenzijde, met dien verstande dat een minimale bruine waas aanwezig moet zijn.

Fouten:
Geringe onregelmatigheid in de verdeling van de ronde witte stippen op het vleugelschild; kleine of weinig ronde witte stippen; stippen met een minimale afwijkende vorm; te grijze kleur op de bovenzijde, met dien verstande dat een minimale bruine waas aanwezig moet zijn.

Foto: Een wildkleur agaat. Copyright © K.Prins

Enkele foto's van veel minder bekende kleuren bij de diamantduif

Foto: Midden onder een diamantduif bont wildkleur. Copyright © K.Prins

Foto: Diamantduif pastel oude duivin. Copyright © K.Prins

Foto: Diamantduif bruin. Copyright © N.H. van Wijk