KWARTELS

Nederlandse DFKP-club


    Digitale kwartelboek

    Het boek Kwartels als hobby is op 1 februri 2006 als digitaal boek verschenen.
    Het boek telt 46 pagina's en is geïllustreerd met 30 kleurenfoto's. Een gedrukte versie is niet beschikbaar.
    U hebt Adobe Acrobat reader nodig om het boek te lezen. Dit programma is gratis te downloaden.
    Klik hier om het boek Kwartels als hobby te lezen.

Indeling van dit hoofdstuk:

Algemeen / Top 8 populaire soorten / Chinese dwergkwartel / Harlekijnkwartel / Coromandelkwartel / Europese kwartel / Japanse kwartel / Blauwschubbenkwartel / Californische kuifkwartel / Virginische boomkwartel / Huisvesting, verzorging en voeding / Extra literatuur in pdf

Algemeen
De mensheid gebruikt al lange tijd de kwartel als voedselbron. Het is bekend dat de oude Egyptenaren en de Grieken kwartels vingen als bron voor vlees. Wellicht deden de Romeinen dat ook, maar het is bekend dat zij ook kwartels fokten voor de vlees- en eiproductie.
Kwartels van het geslacht Coturnix werden in het oude China gefokt als huisdier en zangvogel. We gaan er vanuit dat het in al deze gevallen ging om de Coturnix japonica, de Japanse kwartel.


Foto: Japanse kwartel geelwildkleur (Coturnix japonica) haan © H.Slijkhuis

In de 11e eeuw werden deze kwartels vanuit China naar Japan gebracht. De eerste geschriften over het houden van kwartels in Japan dateren uit de 12e eeuw. In de 19e eeuw kwam het houden en fokken van kwartels voor de vlees- en eiproductie ook in andere landen op gang.
Pas sinds een jaar of 50 worden kwartels als hobbydieren door liefhebbers gehouden en gefokt.

Kwartels zijn de kleinste hoenderachtigen, maar zij worden tot de siervogels gerekend. Andere voor ons belangrijke kleine hoenderachtigen zijn patrijzen en frankolijnen.
Als hobbydieren hebben kwartels een aantal aantrekkelijke eigenschappen:

  • het zijn kleine dieren
  • kwartels kunnen in een kleine ruimte worden gehouden
  • de meeste kwartels leggen behoorlijk veel eieren
  • ze broeden meestal hun eieren prima uit
  • kunstmatig uitbroeden en opfokken gaat ook goed
  • ze hebben een prachtig verenkleed
  • ze vertonen interessant gedrag
  • kwartels kunnen redelijk tam worden
  • de hanen maken minder (hard) geluid dan hanen van onze hoenderrassen
  • kwartels eten weinig, de voederkosten zijn dus laag
  • kwartels zijn prima dieren om mee te fokken en te showen op kleindiertentoonstellingen
  • sommige soorten kwartels kunnen samen met (tropische) vogels in volières worden gehouden.


Foto: Eieren van de Japanse kwartel geelwildkleur (Coturnix japonica) © H.Slijkhuis


Kwartels hebben ook eigenschappen die soms aanleiding geven om toch niet voor deze dieren te kiezen.
Zij zijn geen knuffeldieren en minder geschikt voor kinderen.
Kwartels kunnen ook nooit los in de tuin lopen.
Bovendien is het voor sommige soorten nodig dat zij 's winters een vorstvrij nachthok hebben.

Alle kwartels hebben een aantal eigenschappen gemeen:

  • het zijn grondgerichte vogels
  • ze verbergen zich op de grond en vliegen als schrik- en vluchtreactie bijna rechtstandig omhoog en strijken even verder weer snel neer om beschutting te zoeken tussen en onder planten. Boomkwartels vliegen als schrikreactie vaak omhoog in struiken
  • ze zoeken op en in de grond hun voedsel en hebben daarvoor verhoudingsgewijs grote tenen en scherpe nagels
  • de snavel is scherp, puntig en sterk. Deze snavel is geschikt om op en in de grond voedsel te zoeken. Bovendien is deze snavel geschikt om groenvoer te eten. Voor de hanen is de snavel ook een wapen om in het broedseizoen een territorium te veroveren en te verdedigen
  • kwartelhanen hebben ook een opvallend stemgeluid om hun territoria te verdedigen en hennen over grote afstand te lokken
  • ze hebben een verenkleed dat is aangepast aan hun omgeving, zodat ze niet opvallen. Dit geldt vooral voor de hennen en is voor hen van levensbelang bij het uitbroeden van de eieren in hun grondnesten
  • kwartels hebben zeer goede ogen en kwartels zijn niet doof. Het spreekwoord 'zo doof als een kwartel' is waarschijnlijk ontstaan door het typische gedrag van grondvogels. Zij blijven bij gevaar zo lang mogelijk weggedoken op de grond om op het allerlaatste moment pas 'als een raket' weg te vliegen.

8 populaire soorten
We kennen wereldwijd enkele tientallen soorten kwartels.
Lang niet alle soorten worden als hobbydier gehouden en gefokt. Veel soorten zijn daarvoor ook niet geschikt, te zeldzaam of te duur in aanschaf.
In Nederland kennen we acht soorten kwartels die we vrij regelmatig zien bij liefhebbers en op kleindiertentoonstellingen (in volgorde van grootte van kop tot en met staart):

De leden van het geslacht Coturnix zijn grondkwartels.
De soorten binnen het geslacht Callipepla zijn kuifkwartels. De kwartels van het geslacht Colinus zijn boomkwartels.

De Chinese dwergkwartel, de Japanse kwartel en de Virginische boomkwartel kennen elk een aantal mooie kleurmutanten. Dit maakt de fok van deze soorten nog interessanter en geeft de liefhebber meer keuze. De andere vijf soorten komen alleen in de oorspronkelijke wildkleur voor.

Foto: Chinese dwergkwartel wildkleur (Coturnix chinensis) haan © N.H. van Wijk

De Chinese dwergkwartel is een echte dwergen meet van kop tot staart 12 centimeter. Het gewicht van deze kwartel schommelt rond de 50 gram. De eieren wegen ongeveer 5 gram.
De haan en de hen verschillen sterk van elkaar in veerkleur en -tekening. Het herkennen van het geslacht is dus erg makkelijk.
De foto toont een normale wildkleur haan. De wildkleur hen is overwegend bruin met dwarsstreepjes op de veren. De hen heeft deze camouflagekleur hard nodig als zij op de grond haar eieren uitbroedt.

Deze kwartelsoort komt voor in zuidelijk China en India, Zuidoost-Azië, Indonesië, Fillippijnen, Nieuw-Guinea en Noord-Australië. Het dier leeft in graslanden en gebieden met lage struiken.
Oorspronkelijk is deze kwartel dus een tropische vogel, die door jarenlang fokken in onze gebieden volledig winterhard is geworden.

In het voorjaar begint de hen met het leggen van haar eieren. Zij maakt daarvoor een ondiep kuiltje in het zand. Nadat de hen 8 - 10 eieren heeft gelegd wordt zij broeds en broedt de eieren in 15 - 17 dagen uit.
De kuikens groeien erg snel. Na ongeveer 3 weken kunnen we de hanen al onderscheiden van de hennen. Na 10 weken zijn de dieren volwassen. Bij deze soort is het ook mogelijk om 2 tot 3 hennen bij een haan te houden.
Deze soort kent naast de wildkleur een aantal kleurmutanten. In Nederland kennen we naast de wildkleur vooral de zilver wildkleur (al het bruin is vervangen door zilvergrijs), de witte kleur en de bonte variant.

Klik hier voor een fotoserie over natuurbroed met de Chinese dwergkwartel.

Foto: Harlekijnkwartel wildkleur (Coturnix delegorguei) haan © N.H. van Wijk

De Harlekijnkwartel is iets groter dan de Chinese dwergkwartel (15 centimeter groot) en weegt ruim 70 gram. De eieren wegen gemiddeld 8 gram.
De naam Harlekijn is afgeleid van de grappige tekening van de kop en de hals van de haan.
Ook bij deze soort is de haan makkelijk van de hen te herkennen. De foto toont een wildkleur haan. De hen van deze soort lijkt erg veel op de hen van de Chinese dwergkwartel, dus overwegend bruin met streepjes.

Deze soort komt uit Afrika, ruwweg uit een gebied dat zich uitstrekt van de onderkant van de Sahara-woestijn tot en met Zuid-Afrika en Madagaskar.
Het dier leeft in graslanden en agrarische gebieden met lage plantengroei. De Harlekijnkwartel komt ook uit warme gebieden, maar de in Nederland gefokte dieren kunnen goed tegen de koude in ons land.

De hen van deze soort legt 8 - 10 eieren in een ondiep kuiltje in het zand en broedt de eieren in 16 - 17 dagen uit. Na ruim 10 weken zijn de dieren volwassen en de hanen goed te herkennen van de hennen.
Het plaatsen van meerdere hennen bij een haan gaat meestal ook wel goed.
Bij deze kwartelsoort kennen we alleen de wildkleur.

De Coromandelkwartel (Coturnix delegorguei) is nauw verwant aan de Harlekijnkwartel, is even groot en lijkt wat kleur en tekening betreft ook sterk op de Harlekijnkwartel. Ook de manier van houden en fokken van deze kwartelsoort is vergelijkbaar met die van de Harlekijnkwartel.
Deze kwartel is wel wat nerveuzer dan de Harlekijnkwartel. De Coromandelkwartel kwartel komt voor in India, Oost-Pakistan tot Birma en Thailand.
De naam Coromandel is afkomstig van de plaats waar de eerste dieren werden ontdekt, de Coromandelkust.
Bij deze kwartelsoort kennen we geen andere kleuren dan de wildkleur.

Foto: Europese kwartel wildkleur (Coturnix coturnix) haan © N.H. van Wijk

De Europese kwartel zagen we voorheen vaak in Nederland. Tegenwoordig is deze vogel helaas erg zeldzaam geworden in Nederland.
Deze kwartel is iets groter dan de hiervoor genoemde grondkwartels en bereikt een grootte van ruim 16 - 17 centimeter. Het gewicht is ongeveer 80 - 90 gram. Het gemiddelde gewicht van een ei is 8 - 9 gram.
De kleuren van deze kwartel zijn overwegend donker- en lichtbruin. De haan is wat scherper getekend in de veren dan de hen.

De Europese kwartel komt in een groot gebied voor. Van ruwweg Scandinavië in het noorden tot geheel Afrika aan de zuidkant. De westkant van het gebied wordt gevormd door de Britse Eilanden en de oostgrens loopt tot aan Midden-Azië.
Deze kwartel is een echte seizoenstrekker. In onze winters trekt deze kwartel naar het zuiden en komt in het voorjaar weer terug. Deze kwartel houdt van open terreinen met lage plantengroei, graslanden en agrarische gebieden.

De hen van deze soort maakt op een beschutte plek een ruw kuiltje in de grond en legt daarin haar 8 - 10 eieren, waarna zij gaat broeden. Na 16 - 17 dagen komen de kuikens uit. De kuikens zijn na ruim 12 weken volwassen. De hennen en de hanen zijn wel van elkaar te herkennen op basis van het verenkleed.
Deze kwartelsoort is wat schrikachtiger dan alle andere genoemde soorten op deze pagina. Misschien is dat de reden waarom we deze kwartel toch vrij weinig vinden bij de hobbyfokkers.
Deze kwartels worden paarsgewijze gehouden. Kleurmutanten komen bij deze soort niet voor.

Foto: Japanse kwartel wildkleur (Coturnix japonica) haan © N.H. van Wijk

De meest voorkomende kwartelsoort bij de hobbyfokkers is de bekende Japanse kwartel.
Deze kwartel is 17 - 19 centimeter lang en weegt 90 tot 110 gram. Deze soort is hiermee de grootste en zwaarste grondkwartel. De hennen leggen eieren van 10 gram.
Bij deze soort zijn de hanen en hennen vrij goed van elkaar te herkennen. De hoofdkleuren zijn donker- en lichtbruin met lichtere veernerven. De hen heeft hierbij een crèmekleurige borst met zwarte tekening, terwijl de haan een lichtbruine borstkleur heeft.

Deze kwartel komt voor in Zuidoost-Azië inclusief Japan. De Japanse kwartel is volledig winterhard.
De soort leeft graag in gebieden met lage plantengroei en in agrarische gebieden.

De hanen zijn in het voortplantingsseizoen nogal fel op de hennen. Het is daarom beter meerdere hennen bij een haan te plaatsen.
De hennen leggen de eieren ook in een klein kuiltje in het zand. Er zijn ook hennen die de eieren verspreid in het hok deponeren. De Japanse kwartels die wij in de hobbyfokkerij hebben, leggen in verhouding veel eieren, maar broeden deze zelden zelf goed uit. Meestal is de broedmachine nodig.
De kuikens komen na 16 - 18 dagen uit. De kuikens zijn met 8 - 10 weken volwassen en dan zijn de hanen en de hennen ook goed te herkennen. Bij deze soort kunnen prima meer hennen bij een haan geplaatst worden.

Foto: Japanse kwartel geelwildkleur (Coturnix japonica) kuiken, 2 dagen oud © H. Slijkhuis

Bij deze kwartelsoort kennen we enkele kleurmutanten.
Naast de wildkleur komen in Nederland de volgende kleuren voor: bruin, roodbruin, bont, wit en geelwildkleur. Bij de geelwildkleur zijn de de dieren getekend zoals bij de wildkleur, maar het bruin is grotendeels vervangen door geel.

De Blauwschubbenkwartel behoort tot de groep van de kuifkwartels.

Foto: Blauwschubbenkwartel wildkleur (Callipepla squamata) haan © N.H. van Wijk

De Blauwschubbenkwartel leeft voornamelijk op de grond, maar als schrikreactie vluchten zij omhoog in bomen en struiken. Ook 's nachts kiezen deze kwartels voor een plekje in bomen of struiken.

De Blauwschubbenkwartel meet van kop tot staart 24 centimeter. Het gewicht van deze dieren ligt rond 180 gram. De eieren wegen 11 gram.
Deze kwartel is over het gehele lichaam blauwgrijs van kleur met op de borst en rug zwartomrande lichtere veren die een schubbeneffect tonen.
De buik en vleugels zijn wat lichter gekleurd. Deze kwartels hebben een roestbruine vlek op de borst en een korte brede kuif op de kop. De grootte van de bruine vlek op de borst varieert per ondersoort van deze kwartel.
De hen heeft vrijwel dezelfde kleur als de haan.

Het natuurlijke leefgebied wordt gevormd door woestijnachtige graslanden en dorre gebieden in Amerika (Californië, Nevada, Nieuw-Mexico, Kansas, Texas en Colorado). De soort is dus gewend aan hoge temperaturen en droogte.

Deze soort gaat in een ruim hok of volière wel tot broeden over, mits de hen een beschutte plek kan vinden.
Deze kwartels worden alleen in paren gehouden. De hen legt 10 - 14 eieren en broedt deze in 23 dagen uit. De kuikens zijn in 4 maanden volwassen.

Deze kwartelsoort kan goed tam worden en is winterhard, maar moeten dan wel beschikken over een beschutte plek.

De Blauwschubbenkwartel komt alleen voor in de beschreven wildkleur.

Het gedrag en leefgebied van de Californische kuifkwartel (Calliplepla californica) is vergelijkbaar met de beschreven Blauwschubbenkwartel.
De Californische kuifkwartel is behoorlijk groot, meet van kop tot staart ruim 25 centimeter en weegt gemiddeld 180 gram. De eieren van deze soort wegen ongeveer 11 gram.

Foto: Californische kuifkwartel wildkleur (Callipepla california) haan © N.H. van Wijk

In de hobbyfokkerij komen we deze prachtig getekende en gekleurde kwartel vaak tegen. Een blikvanger is de vrij forse donkergekleurde kuif op de kop. De kop van de haan is verder zwart met witte strepen. De lichaamskleur is overwegend blauw-grijs met op de flanken een zwart-witte streping en op de borst lichte veren met een donker randje.
De hen is bruin-grijs met dezelfde tekening als bij de haan, behalve de witte strepen op de kop. Het kuifje is bij de hen ook kleiner dan bij de haan.

Deze kwartels kunnen in kleine hokken erg tam worden. Hebben zij de ruimte, dan komen de dieren goed tot hun recht.
Deze kwartels worden paarsgewijze gehouden. De hennen leggen behoorlijk veel eieren. Zelf gaan broeden bij deze soort is een ander verhaal. Voorwaarde hiervoor is voldoende beschutting om het nest te verbergen. Is deze beschutting niet aanwezig, dan legt de hen wel eieren, maar zij komt niet tot broeden.
Na 23 dagen komen de kuikens uit het ei. De kuikens van deze soort groeien ook langzamer dan van de andere soorten. Het duurt wel 5 maanden voor de jonge dieren volwassen zijn.

In de handel worden regelmatig Californische kuifkwartels aangeboden. Een probleem hierbij is de raszuiverheid. Californische kuifkwartels worden vaak gekruist met de nauwverwante Gambelkwartel en dat is jammer. Men heeft dan geen raszuivere dieren.
De Gambelkwartel is extreem gevoelig voor kou, vocht en tocht.
Daarnaast bestaat ook nog de Douglaskwartel, die ook veel lijkt op de Californische kuifkwartel. Deze kwartel komt niet veel voor in Nederland. Deze soort is nogal schuw en een matige legger van eieren. Waarschijnlijk ook als gevolg van ons klimaat zijn deze kwartels erg gevoelig voor ziekten.

De Californische kuifkwartel komt alleen voor in de beschreven wildkleur.

De Virginische boomkwartel (Colinus virginianus) behoort tot de groep van de boomkwartels. Een populaire naam voor deze kwartel is 'bobwhite'. Deze naam is afgeleid van de typische roep van deze soort.
Het natuurlijke leefgebied van deze kwartel is vrij groot: globaal de westelijke en middenstaten van Noord-Amerika. De Virginische boomkwartel voelt zich vooral thuis in wat meer beboste gebieden. Deze kwartel is behoorlijk groot, meet van kop tot staart ruim 25 centimeter en weegt gemiddeld 180 gram. De eieren van deze soort wegen ongeveer 11 gram.

Foto: Virginische boomkwartels wildkleur (Colinus virginianus) haan (op de voorgrond) en hen (op de achtergrond) © N.H. van Wijk

In de hobbyfokkerij komen we deze boomkwartels vaak tegen. De kop van de haan valt op door de witte keel met bruine strepen. De kleur van de veren is lichtgeel met een donkerbruine schubtekening op elke veer.
De hen lijkt wat kleur betreft wel op de haan, maar het verschil is toch wel goed te zien. De kleur van de veren bij de hen is behoorlijk lichter dan bij de haan. Bovendien is de witte kleur in de koptekening van de haan bruingeel bij de hen.

Deze kwartels zijn vrij rustig en makkelijk en wennen ook snel aan de verzorger. Deze kwartel kan goed gehouden worden in kleine hokken, maar in grotere hokken tonen deze dieren beter hun natuurlijk gedrag.
Deze kwartels worden paarsgewijze gehouden. De hennen leggen behoorlijk veel eieren en broeden deze zelf goed uit. Voorwaarde hiervoor is voldoende beschutting om het nest te verbergen.
Na 23 dagen komen de kuikens uit het ei. De kuikens van deze soort groeien ook langzamer dan van de andere soorten. Het duurt wel 5 maanden voor de jonge dieren volwassen zijn.

De Virginische boomkwartel kent een aantal kleurmutanten. In Nederland kennen we de volgende kleuren: bruin, wit, bont, grijs, zilver, rood en mexicaans (een soort geparelde kleur).


Foto: Virginische boomkwartel kleurslag mexicaanse (Colinus virginianus) v.l.n.r haan en hen © J. van der Meer

Huisvesting, voeding en verzorging
Kwartels stellen geen hoge eisen aan de huisvesting, als deze maar droog en tochtvrij is.
Kwartels kunnen worden gehouden in volière samen met andere vogels, meestal kleinere tropische vogels of kleinere duiven. Boomkwartels vliegen wel omhoog, in ieder geval om de nacht door te brengen. Dit gedrag geeft nog wel eens onrust bij de andere vogels.
Boomkwartels hebben wel zitstokken nodig die aangepast zijn aan hun grootte. De diameter van de stokken moet ongeveer 20 millimeter zijn.
De volière moet, zoals hierboven al beschreven bij enkele soorten, voldoende mogelijkheden bieden voor beschutting, zodat de dieren zich rustig en op hun gemak gaan voelen. Dit is ook nodig voor de meeste hennen om een nest te gaan maken en eieren uit te broeden.

Kwartels kunnen ook in aparte, voor kwartels gemaakte hokken, gehouden worden, met of zonder uitloop. Er is geen exacte beschrijving te geven waaraan deze hokken moeten voldoen. Boomkwartels vragen hogere hokken en rennen, omdat zij omhoog moeten kunnen gaan. Een hoogte van 1.80 meter is wel nodig.
Hokken voor grondkwartels kunnen kleiner en ook lager zijn. Deze soorten leven altijd op de grond.
De schema's hieronder geven een voorbeeld van kwartelhokken voor kleine grondkwartels.

Schema's van de kwartelhokken © H. Slijkhuis

Deze schema's zijn al wat verouderd. Inmiddels is dit hok uitgebreid van 4 naar 5 afzonderlijke binnenhokken. De binnenhokken hebben een vloer op 80 centimeter hoogte. Het voordeel hiervan is dat de verzorger de dieren op hoogte heeft, nooit gebukt hoeft te werken en de dieren veel tammer worden. Elk binnenhok heeft een eigen buitenren. De vloeren van de kleine rennen hebben dezelfde hoogte als de hokken.
De dieren lopen gemakkelijk vanuit de binnenhokken naar buiten. De foto's hieronder laten dit goed zien.

Vooraanzicht van mijn kwartelhok © H. Slijkhuis

Beide foto's: Japanse kwartel kleur Afrikaans (Coturnix japonica) haan (met bruine kop (links)) en hen (rechts) © H. Slijkhuis

Met enige creativiteit kan iedereen die een beetje handig is prachtige en geschikte hokken maken.

Zelfs kwartels houden in huis kan, maar dan bent u aangewezen op de kleine Chinese dwergkwartel.

Een deel van de bodem van het hok of de ren moet bedekt worden met een dikke laag droog zand. Kwartels kunnen niet zonder dagelijkse zandbaden. Zij hebben deze nodig voor de verzorging van hun veren en om uitwendige parasieten te bestrijden.

Vanzelfsprekend hebben de dieren altijd vers en schoon drinkwater nodig. Kwartels zijn zaad- en insecteneters, maar planten worden ook regelmatig gegeten.
Voor de kleinere soorten kwartels is een tropisch zaadmengsel geschikt, aangevuld met wat universeel voeder voor insectenetende vogels. Makkelijker is het speciale voeder voor siervogels, dat volledig is aangepast aan de behoeften van onze kwartels.
Het is aan te bevelen om regelmatig de dieren insecten bij te voeren. Dat kan met gedroogte insecten, maar ook met levende insecten, zoals meelworden en buffalowormen. Vooral op de levende insecten zijn de dieren verzot en zij leren op deze manier de verzorger kennen en worden dan ook wat tammer.

De grotere soorten kunnen prima gevoerd worden met tortelduivenvoer, aangevuld met gedroogde of levende insecten. Het speciale siervogelvoeder kan echter ook goed voor deze grotere kwartels gebruikt worden.
Al deze voeders zijn te koop bij de dierenspeciaalzaak of het diervoederbedrijf. In alle gevallen is het goed om de dieren regelmatig groenvoer bij te voeren. Dit kan met fijngeknipt gras, witlof, vogelmuur of andijvie. Stukjes appel, wortel en meloen worden ook graag gegeten.

Daarnaast moeten de dieren altijd een bakje met fijn oesterschelpengrid en maagkiezel ter beschikking hebben. Het grid is een extra bron voor kalk en de kiezel zorgt voor een goede vertering van het voer. De dieren nemen nooit teveel van het grid en de kiezel. Zij weten zelf precies hoeveel zij nodig hebben.


Extra literatuur in pdf

  • Voeding voor siervogels en oorspronkelijke duiven, artikel in Kleindier Magazine, nummer 2, 2005
  • Het broeden en opfokken van patrijzen en kwartels, artikel in Kleindier Magazine, nummer 4, 2005
  • De verre vergeten voorouders: kwartel, artikel in Kleindier Magazine, nummer 1, 2006
  • Een snel rijzende kwartel-ster?, artikel in Kleindier Magazine, nummer 4, 2006
  • Hoe komt een kuiken aan het einde van het broedproces uit het ei?, artikel in Kleindier Magazine, nummer 1, 2006
  • Het showen en het vervoeren van siervogels, artikel in Kleindier Magazine, nummer 9, 2006
  • Natuurbroed met kwartels is goed mogelijk, artikel in Kleindier Magazine, nummer 9, 2006
  • Foam bij Japanse kwartels, artikel in Kleindier Magazine, nummer 1, 2007
  • Hoenderachtigen nemen graag een bad: luxe of noodzaak?, artikel in Kleindier Magazine, nummer 7, 2007
  • Ervaringen met de Douglas kwartel, artikel in Kleindier Magazine, nummer 11, 2007
  • Het maken van een eischaal, een zware klus, artikel in Kleindier Magazine, nummer 3, 2008
  • Het fokken van Japanse kwartels, artikel in Kleindier Magazine, nummer 4, 2009
  • Het inzenden van kwartels op tentoonstellingen, artikel in Kleindier Magazine, nummer 10, 2009
  • Mijn kweekervaring met de Kortkuifboomkwartel, artikel in Kleindier Magazine, nummer 9, 2010


Klik hier als u vragen of opmerkingen heeft.

Terug naar de Nederlandse DFKP-club